Citaat | Hoge Raad 23 juni 2023

Onder 3.2 Hoge Raad 23 juni 2023

Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:952.

Het Hof heeft onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 13 augustus 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7268, rechtsoverweging 3.3.6 geoordeeld dat het lidmaatschap van een VvE dient te worden aangemerkt als een vermogensrecht dat op grond van artikel 5.3, lid 2, aanhef en letter f, Wet IB 2001 bij het bepalen van de rendementsgrondslag van box 3 als bezitting in aanmerking wordt genomen voor de waarde die in het economische verkeer aan dat recht wordt toegekend. Bij het vaststellen van de waarde in het economische verkeer van een dergelijk recht dienen alle relevante omstandigheden in aanmerking te worden genomen. Daartoe behoort ook de omstandigheid dat de desbetreffende VvE uit bijdragen van haar leden een reservefonds heeft gevormd dat deel uitmaakt van het eigen vermogen van de VvE. De aanspraak van belanghebbende op een deel van het eigen vermogen van de VvE dat is gevormd voor het toekomstig onderhoud van het appartementencomplex is daarom terecht in de rendementsgrondslag van box 3 begrepen, aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82f4e26a8f3f5707c03fbff8447be3a33b98246e8bb48219f4438edaf421e8d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82f4e26a8f3f5707c03fbff8447be3a33b98246e8bb48219f4438edaf421e8d9, en de alinea staat in dat document op bytes 8118 tot 9161.