Citaat | Hoge Raad 23 juni 2023
Onder 3.1.1 Hoge Raad 23 juni 2023
Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:963.
Onderdeel 2 van het middel richt klachten tegen de maatstaf die het hof heeft gehanteerd bij de beoordeling of sprake is geweest van misbruik van omstandigheden in de zin van art. 3:44 lid 4 BW. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, ervan is uitgegaan dat sprake is van een zuiver commerciële context, en daarom ten onrechte een vergelijking heeft gemaakt tussen de door de Gemeente aangeboden canon en andere, in vrijheid tot stand gekomen soortgelijke contracten. Het onderdeel betoogt voorts dat onjuist zijn de oordelen van het hof dat de vraag of het gemeentelijk beleid in zijn algemeenheid voldoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geheel losstaat van de vraag of de Gemeente bij het sluiten van een concrete privaatrechtelijke overeenkomst misbruik van omstandigheden maakt, en dat dus niet relevant is of het conversiebeleid is vastgesteld door een democratisch gelegitimeerd orgaan en voldoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof heeft met een en ander miskend dat de maatstaf voor in een zuiver commerciële context en in vrijheid tot stand gekomen overeenkomsten niet van toepassing is in een geval als het onderhavige, waarin de partij die beweerdelijk in een machtspositie zou verkeren, als publiekrechtelijk lichaam, mede tegen de achtergrond van haar gebondenheid aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, gebonden is aan vastgesteld en gepubliceerd beleid dat haar mogelijkheden om vrijelijk en op basis van commerciële overwegingen te onderhandelen over een te sluiten overeenkomst uitsluit, althans aanzienlijk beperkt, aldus het onderdeel. Het onderdeel klaagt verder onder meer dat het hof heeft miskend dat bij de beoordeling of voldaan is aan het misbruik-vereiste van art. 3:44 lid 4 BW, betekenis toekomt aan alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang beschouwd. Het hof heeft zich volgens het onderdeel ten onrechte beperkt tot een beoordeling of de door Hoveling gekozen canon onredelijk hoog en buitenproportioneel is, en ten onrechte reeds op basis van de constatering dat dit het geval is, geoordeeld dat aan het misbruik-vereiste van art. 3:44 lid 4 BW is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2658f98716a931e1bf6e1d7e46a9f497b8f1f76a595d2b50fe314c8bb3094aa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2658f98716a931e1bf6e1d7e46a9f497b8f1f76a595d2b50fe314c8bb3094aa6, en de alinea staat in dat document op bytes 15977 tot 18215.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2658f98716a931e1bf6e1d7e46a9f497b8f1f76a595d2b50fe314c8bb3094aa6 | shasum -a 256