Citaat | Hoge Raad 3 februari 2023
Onder 4.2.2 Hoge Raad 3 februari 2023
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:97.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven bewijsmaatstaf heeft verder het volgende te gelden. Voor de beantwoording van de vraag of (voorwaardelijk) opzet aanwezig is, is mede van belang dat bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de betrokkene dat gevolg heeft gewild of althans de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg bewust heeft aanvaard. De beoordeling of dit het geval is, hangt af van de omstandigheden van het geval en vergt daarom een waardering van feitelijke aard, die in cassatie alleen op begrijpelijkheid kan worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbf063a39ead6c149176e870960f47a6263584be069c5ed3af81f0695f18ce5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbf063a39ead6c149176e870960f47a6263584be069c5ed3af81f0695f18ce5d, en de alinea staat in dat document op bytes 11307 tot 12093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbf063a39ead6c149176e870960f47a6263584be069c5ed3af81f0695f18ce5d | shasum -a 256