Citaat | Hoge Raad 23 juni 2023

Onder 3.3.4 Hoge Raad 23 juni 2023

Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:970.

Indien een derde met een ouder recht als bedoeld in art. 3:291 lid 2 BW zijn recht op de zaak overdraagt aan een ander, niet zijnde de schuldenaar, verkrijgt die ander tegenover de retentor dezelfde positie als de derde met een ouder recht had. Dat betekent dat het aldus door die ander verkregen recht eveneens heeft te gelden als een ouder recht op de zaak, en de retentor jegens die ander zijn retentierecht slechts kan inroepen indien hij, overeenkomstig het bepaalde in art. 3:291 lid 2 BW, het retentierecht kon inroepen tegenover de derde met een ouder recht. Dat strookt met de aard van het retentierecht en doet geen afbreuk aan het uitgangspunt dat de gerechtigde tot de zaak het niet in zijn macht behoort hebben het retentierecht teniet te doen. De andersluidende opvatting dat de retentor in dat geval zijn retentierecht jegens die ander overeenkomstig art. 3:291 lid 1 BW – dus zonder de beperking van art. 3:291 lid 2 BW – kan inroepen, leidt ertoe dat de positie van de retentor kan verbeteren door de overdracht, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Voorts zou, in die opvatting, de derde met een ouder recht belemmerd kunnen worden in het overdragen van zijn recht op de zaak aan een ander, doordat die rechtsopvolger tegenover de retentor in een ongunstiger positie kan komen te verkeren dan de ouder gerechtigde zelf. Ook daarvoor bestaat geen rechtvaardiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68fa99db7832e45e429f2dfb31cf2da5a21f51134bd83c0b514766a3ed314cff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68fa99db7832e45e429f2dfb31cf2da5a21f51134bd83c0b514766a3ed314cff, en de alinea staat in dat document op bytes 21313 tot 22726.