Citaat | Hoge Raad 9 juli 2024

Onder 2.2.2 Hoge Raad 9 juli 2024

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1007.

A: Hij reed in een auto, waarvan ik het merk ben vergeten, die hij omruilde tegen een zwarte Golf 4. [verdachte] had hem verteld dat ik die leuk vond en [verdachte] eiste daarom van [betrokkene 8] dat hij zijn auto moest inruilen. [verdachte] beloofde me dat ik mijn rijbewijs mocht halen en ik dat Golfje zou krijgen. Goedmakertje dus, ja ja. Hij heeft me zelfs een kindje beloofd, omdat ik mijn eigen dochtertje zo miste. Ik geloofde dus nog steeds in een gezamenlijke toekomst met hem. Na de controle van de politie, wat ik zojuist vertelde, mocht [betrokkene 8] mij niet meer rechtstreeks naar de bootjes brengen van [verdachte] . Hij bracht me dan naar station [plaats] , vanwaar ik de taxi pakte naar de bootjes. Zo kon niemand denken dat ik met een klant of pooier mee zou zijn gegaan. Die taxi betaalde ik met het door mij verdiende geld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6, en de alinea staat in dat document op bytes 46834 tot 47694.