Citaat | Hoge Raad 9 juli 2024

Onder 2.2.2 Hoge Raad 9 juli 2024

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1007.

Na het huren van het appartement en het eerste bezoek aan het raam zijn we terug naar [plaats] gereden. Waarschijnlijk was dat een maandag, een paar dagen voordat ik zou beginnen. (...) Die donderdag heeft [verdachte] me naar [plaats] gebracht, volgens mij in de groene Golf. Hij bracht me naar het appartement. Ik kan me ook niet meer herinneren wat we die middag hebben gedaan, maar wel dat [verdachte] me die avond naar het raam heeft gebracht. Volgens mij ging [verdachte] daarna terug naar zijn huis in [plaats] , ik denk naar [betrokkene 3] . [verdachte] en ik sms’ten vaak:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6, en de alinea staat in dat document op bytes 17892 tot 18488.