Citaat | Hoge Raad 9 juli 2024
Onder 2.2.2 Hoge Raad 9 juli 2024
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1007.
[p. 59] Vervolgens moest ik van [verdachte] opstaan en terug naar de auto lopen. Ik vond het raar dat het opeens ophield. Ik denk dat we op zo’n 100-200 meter van de auto af waren, ik kon de auto zien. Ik denk wel dat [betrokkene 1] alles gezien heeft. Ik denk dat we in totaal een half uur in het bos zijn geweest. De schop is volgens mij in het bos achtergebleven. Als gevolg van alle klappen waren mijn hoofd, heup en benen blauw en geschaafd. Ik had ook een bult op mijn hoofd gekregen. [betrokkene 1] bracht ons terug naar de auto bij de McDonald’s, waarop [verdachte] en ik terug naar het appartement in [plaats] reden. Nu bedenk ik me dat we terugreden in een gehuurde Golf. [verdachte] had al aangegeven dat hij auto’s huurde om niet in zijn eigen auto gezien te worden. Dus met welke auto we naar de McDonald’s zijn gereden die dag weet ik niet meer. Bij de McDonald’s ging [betrokkene 1] weg. Onderweg naar het appartement vroeg [verdachte] iets. Ik weet niet meer wat. Maar waarschijnlijk gaf ik niet het goede antwoord, waarop [verdachte] mij een klap met zijn vuist in mijn gezicht gaf. Door die klap scheurde mijn lip en heb ik daar nog steeds een litteken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6, en de alinea staat in dat document op bytes 32757 tot 33952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4ed85c758dc4f619bf8f027f8d4ce1afb7d648dc9610b373e2491dd3142f5b6 | shasum -a 256