Citaat | Hoge Raad 2 februari 2024
Onder 3.5.3 Hoge Raad 2 februari 2024
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147.
Gelet op hetgeen hiervoor in 3.5.1 is overwogen, brengt de in de Wet neergelegde regeling mee dat de belastingplichtige moet kiezen voor toepassing van een van deze methoden en dat hij vervolgens met betrekking tot zijn keuze, in geval van gemotiveerde betwisting door de inspecteur, de feiten aannemelijk maakt die meebrengen (a) dat die methode in zijn geval mag worden toegepast, en (b) dat toepassing van die methode leidt tot de door hem verdedigde waardedaling. Aan deze stelplicht en bewijslastverdeling ligt ten grondslag dat het voor de belastingplichtige die in aanmerking komt voor de in artikel 10, lid 1, van de Wet bedoelde vermindering, in de regel niet onmogelijk of uiterst moeilijk is om het daarvoor vereiste bewijs te leveren. In dit verband verdient opmerking dat de belastingplichtige voldoende gelegenheid moet worden geboden het van hem gevraagde bewijs te leveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5bc33528742dba95a237cd829bd9271d278e02b68237bbe18584dc1dd766db3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5bc33528742dba95a237cd829bd9271d278e02b68237bbe18584dc1dd766db3, en de alinea staat in dat document op bytes 22338 tot 23380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5bc33528742dba95a237cd829bd9271d278e02b68237bbe18584dc1dd766db3 | shasum -a 256