Citaat | Hoge Raad 10 december 2024

Onder 4.3 Hoge Raad 10 december 2024

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1826.

626. (...) Hoe kunnen de uitlatingen van Endstra dat hij werd afgeperst door Holleeder en dat hij op basis van die afpersing bedragen zou moeten hebben overmaken naar [aanvrager] zich verhouden met het gegeven dat er sprake was van reële titels en een reële schuld van Endstra aan [aanvrager] . De verdediging meent dat deze ogenschijnlijke tegenstelling niet onverenigbaar met de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen hoeft te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/477ea7df19db83c641113152e87f2b284183695cebf806bf094feb71444b7c56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 477ea7df19db83c641113152e87f2b284183695cebf806bf094feb71444b7c56, en de alinea staat in dat document op bytes 26059 tot 26515.