Citaat | Hoge Raad 10 december 2024
Onder 5.2.2 Hoge Raad 10 december 2024
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1826.
Het hof heeft in zijn bewijsoverwegingen, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 7, uitvoerig gemotiveerd dat en waarom het hof het alternatieve scenario als niet aannemelijk terzijde schuift. Op de gronden die zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 40 tot en met 42, 44 tot en met 50 en 53 tot en met 89 doen de overgelegde verklaringen en documenten – voor zover al niet bekend aan het hof – niet het ernstig vermoeden rijzen dat het hof op dit onderdeel van de bewijsvoering tot een ander oordeel zou zijn gekomen als het bekend zou zijn geweest met wat in de aanvraag naar voren wordt gebracht en daarmee ook tot een vrijspraak van de aanvrager. Het in de aanvraag aangevoerde kan daarom niet worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is dus ongegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/477ea7df19db83c641113152e87f2b284183695cebf806bf094feb71444b7c56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 477ea7df19db83c641113152e87f2b284183695cebf806bf094feb71444b7c56, en de alinea staat in dat document op bytes 29684 tot 30569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/477ea7df19db83c641113152e87f2b284183695cebf806bf094feb71444b7c56 | shasum -a 256