Citaat | Hoge Raad 20 december 2024
Onder 3.6.5 Hoge Raad 20 december 2024
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913.
De rechter die moet oordelen over de toepassing van de schuldsaneringsregeling kan eveneens ervoor kiezen om het alternatieve aanvangsmoment vast te stellen op de dag dat de eerste aflossing in de zin van art. 349a lid 1 Fw is gedaan, en de vraag of de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject voldoende aan zijn uit dat traject voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan later (laten) beoordelen aan de hand van het verslag van de bewindvoerder (art. 351a Fw) en van hetgeen tijdens de eindzitting blijkt (art. 352 Fw). De uitkomst van die beoordeling kan de rechtbank op de voet van art. 349a lid 3 Fw aanleiding geven tot verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdfb504e4ef0a86d07bce38e71d2ce1a7d89d8531f57390e7344ccc7f509b9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdfb504e4ef0a86d07bce38e71d2ce1a7d89d8531f57390e7344ccc7f509b9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 36881 tot 37585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdfb504e4ef0a86d07bce38e71d2ce1a7d89d8531f57390e7344ccc7f509b9ed | shasum -a 256