Citaat | Hoge Raad 20 december 2024
Onder 3.11.4 Hoge Raad 20 december 2024
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913.
Met een ‘eerste aflossing’ in de zin van art. 349a lid 1 Fw moet op één lijn worden gesteld de vaststelling dat de schuldenaar geen aflossingscapaciteit heeft. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit een zogenoemd ‘nulaanbod’ aan de schuldeisers. In dit verband is het volgende van belang. Aanvankelijk was bij amendement voorgesteld om de dag waarop het minnelijke traject van schuldhulpverlening is aangevangen, aan te wijzen als het alternatieve aanvangsmoment. Omdat lang niet altijd duidelijk is wanneer dit minnelijke traject begint, is ervoor gekozen om de ‘eerste aflossing’ als aanknopingspunt te kiezen voor het alternatieve aanvangsmoment. Ook een zogenoemd ‘nulaanbod’ is een duidelijk aanknopingspunt voor het alternatieve aanvangsmoment, hoewel in strikte zin geen sprake is van een ‘eerste aflossing’. Bij het voorgaande speelt een rol dat een zeer kleine eerste aflossing die de uitkomst is van de berekening van wat de schuldenaar maximaal kan aflossen, wel een ‘eerste aflossing’ is, en het geringe verschil tussen geen aflossingruimte en zeer beperkte aflossingsruimte niet rechtvaardigt om in het eerste geval geen alternatief aanvangsmoment te hanteren en in het tweede geval wel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdfb504e4ef0a86d07bce38e71d2ce1a7d89d8531f57390e7344ccc7f509b9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdfb504e4ef0a86d07bce38e71d2ce1a7d89d8531f57390e7344ccc7f509b9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 44279 tot 45576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdfb504e4ef0a86d07bce38e71d2ce1a7d89d8531f57390e7344ccc7f509b9ed | shasum -a 256