Citaat | Hoge Raad 12 maart 2024

Onder 6.7.1 Hoge Raad 12 maart 2024

Een alinea uit Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375.

Het in art. 126aa lid 2 Sv opgenomen voorschrift over de vernietiging van gegevens houdt in dat de betreffende digitale voorziening zodanig moet worden bewerkt dat de daarin opgeslagen gegevens “niet meer kenbaar zijn”, waarbij de gekozen werkwijze zo moet zijn ingericht dat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen. Hoewel naar de letter van de wet de verplichting tot vernietiging alleen geldt voor de mededelingen “door of aan” een verschoningsgerechtigde die object zijn van verschoningrecht, brengt de ratio van het verschoningsrecht met zich dat die verplichting zich ook uitstrekt tot andere geprivilegieerde gegevens, zoals de in 6.6.2 genoemde camerabeelden waaruit een (toekomstige) hulpverleningsrelatie met een verschoningsgerechtigde zou kunnen worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68c97b653a9fbfd8bb6ffcc272025ba96f74361e9e3cf80bd5b0e56d3f8921e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68c97b653a9fbfd8bb6ffcc272025ba96f74361e9e3cf80bd5b0e56d3f8921e0, en de alinea staat in dat document op bytes 87961 tot 88932.