Citaat | Hoge Raad 19 januari 2024

Onder 3.6.2 Hoge Raad 19 januari 2024

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:50.

Voor zover het geding een boetebeschikking betreft, zoals in dit geval, geldt dat bij de beoordeling of inbreuk is gemaakt op het recht van de belanghebbende op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn, moet worden aangesloten bij de algemene uitgangspunten en regels die zijn neergelegd in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:A09006 (hierna: het arrest van 22 april 2005). Als het Gemeenschappelijk Hof tot het oordeel komt dat de redelijke termijn is overschreden, moet dit hof beoordelen welke gevolgen daaraan voor de boete moeten worden verbonden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat overschrijding van de redelijke termijn behoort te leiden tot vermindering van de boete, afhankelijk van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden. Het staat de rechter daarbij vrij om – na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden en met inachtneming van de daartoe door de Hoge Raad in rechtsoverwegingen 3.6 en 3.23 van zijn arrest van 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, neergelegde uitgangspunten – de mate van vermindering van de boete vast te stellen dan wel te volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, lid 1, EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e083fc3f81c4b184f56693e35b1f9f87fa8c0e711261ac517600a005c29a0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e083fc3f81c4b184f56693e35b1f9f87fa8c0e711261ac517600a005c29a0c, en de alinea staat in dat document op bytes 13407 tot 14792.