Citaat | Hoge Raad 19 januari 2024

Onder 3.6.5 Hoge Raad 19 januari 2024

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:50.

Ten slotte verdient het volgende opmerking. In het geval dat het Hof de boetebeschikking vernietigt en compensatie voor de schending van artikel 6 EVRM wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting daarom niet kan worden verleend door vermindering van die boete maar zou moeten worden verleend in de vorm van een vergoeding van immateriële schade op eenzelfde wijze als in een zaak waarin geen boete aan de orde is , geldt ook dat, evenals hiervoor in 3.6.4 is overwogen, alleen de burgerlijke rechter bevoegd is om belanghebbende een schadevergoeding toe te kennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e083fc3f81c4b184f56693e35b1f9f87fa8c0e711261ac517600a005c29a0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e083fc3f81c4b184f56693e35b1f9f87fa8c0e711261ac517600a005c29a0c, en de alinea staat in dat document op bytes 16148 tot 16808.