Citaat | Hoge Raad 9 april 2024

Onder 2.2.3 Hoge Raad 9 april 2024

Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:556.

De verdachte is voorafgaand aan haar verhoor gewezen op haar recht op verhoorbijstand. Zij heeft daarna uitdrukkelijk aangegeven dat zij hiervan geen gebruik wilde maken, omdat zij dat niet nodig vond. Uit de in hoger beroep door de advocaat-generaal overgelegde Pro Justitia-rapportage d.d. 1 december 2021 betreffende verdachte (met betrekking tot de verdenking in een andere zaak), opgemaakt door psychiater [betrokkene 4] , komt naar voren dat verdachte beschikt over een (ten minste) gemiddelde intelligentie en dat er bij haar geen sprake is van een verstandelijke beperking. Naar het oordeel van het hof heeft zij de vragen dan ook goed kunnen begrijpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e434a81015e1851804f18221648a053999dce0afbf180a9ac454fe30b9b9cc01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e434a81015e1851804f18221648a053999dce0afbf180a9ac454fe30b9b9cc01, en de alinea staat in dat document op bytes 15190 tot 15864.