Citaat | Hoge Raad 19 januari 2024

Onder 3.2 Hoge Raad 19 januari 2024

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:56.

Dit betoog faalt. De verplichting tot betaling van de erfpachtcanon is in het stelsel van het Burgerlijk Wetboek geen goederenrechtelijke verplichting, maar een kwalitatieve verbintenis die rust op de erfpachter (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.11-3.14). De wetgever heeft voor de verplichting tot betaling van de erfpachtcanon en voor opzegging van de erfpacht wegens wanbetaling een regeling getroffen in de art. 5:85 lid 2, 5:92 lid 2 en 5:87 leden 2 en 3 BW en heeft voor de erfpachtcanon geen met art. 39 Fw (huur) vergelijkbare regeling getroffen. Anders dan onderdeel 1 betoogt, is de verplichting tot betaling van de erfpachtcanon voor zover deze verschuldigd is geworden tijdens het faillissement van de erfpachter dan ook niet ingevolge of krachtens het Burgerlijk Wetboek dan wel de Faillissementswet een boedelschuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6553de2ef8ae689286665bdbb35e284dca44671f52b7b801d434c3608bdc3dc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6553de2ef8ae689286665bdbb35e284dca44671f52b7b801d434c3608bdc3dc3, en de alinea staat in dat document op bytes 9768 tot 10700.