Citaat | Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.1.2 Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:625.

De klachten herhalen het in verzet gehouden betoog dat belanghebbende de Inspecteur vóór het verstrijken van de beroepstermijn telefonisch heeft verzocht om informatie “over de uitslag bezwaarschriftenprocedures” betreffende de aanslagen in de inkomstenbelasting en de omzetbelasting en dat hij, toen bleek dat die uitspraken op bezwaar al waren gedaan, de Inspecteur heeft verzocht om toezending van de afschriften van die uitspraken. Belanghebbende verkeerde namelijk in de veronderstelling dat alleen rechtsgeldig beroep kan worden ingesteld indien bij het beroepschrift een afschrift van de uitspraak op bezwaar is gevoegd. Pas in oktober 2021, na daartoe door belanghebbende te zijn gerappelleerd, heeft de Inspecteur de uitspraak op bezwaar betreffende de onderhavige naheffingsaanslag in de omzetbelasting per e-mail aan belanghebbende doen toekomen, terwijl op een eerdere datum hem alleen de uitspraak op bezwaar betreffende de aanslag in de inkomstenbelasting was toegezonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87b2c7ed4b6ebf0a273a72d967f57f1e15b72f87a937c513767aacd5a0fd775. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87b2c7ed4b6ebf0a273a72d967f57f1e15b72f87a937c513767aacd5a0fd775, en de alinea staat in dat document op bytes 10881 tot 11887.