Citaat | Hoge Raad 6 juni 2024
Onder 5.4.3 Hoge Raad 6 juni 2024
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705.
De realiteit brengt mee dat bij de berekening van het werkelijke rendement in enig jaar op het gehele vermogen van de belastingplichtige in box 3 rekening wordt gehouden met het werkelijke rendement op alle vermogensbestanddelen in box 3 die de belastingplichtige in de loop van het jaar heeft gehad, en dus niet alleen met het rendement op vermogensbestanddelen die de belastingplichtige had op de in artikel 5.2, lid 1, Wet IB 2001 bedoelde peildatum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba85d271d166063080e60751719ca0921dbb59a4515de5ada21d8bfeb56a0e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba85d271d166063080e60751719ca0921dbb59a4515de5ada21d8bfeb56a0e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 35535 tot 36001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba85d271d166063080e60751719ca0921dbb59a4515de5ada21d8bfeb56a0e2a | shasum -a 256