Citaat | Hoge Raad 6 juni 2024
Onder 6.4.2 Hoge Raad 6 juni 2024
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705.
Met het oog op het geding na verwijzing dient het volgende te worden opgemerkt. Verlening van nader rechtsherstel in de vorm van een nadere verlaging van de aanslag is, gelet op hetgeen hiervoor in 5.4.11 is overwogen, alleen mogelijk indien de belastingplichtige feiten stelt, en in geval van betwisting aannemelijk maakt, die meebrengen dat hij door het forfaitaire stelsel in box 3 wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijke rendement op zijn gehele vermogen in box 3. De stukken van het geding laten geen andere slotsom toe dan dat belanghebbende geen feiten heeft gesteld die, indien aannemelijk gemaakt, kunnen leiden tot de vaststelling van het werkelijke rendement op haar gehele vermogen in box 3. Zij komt daarom niet in aanmerking voor verder rechtsherstel dan voortvloeit uit het forfait van de Herstelwet. Het Hof heeft niet vastgesteld wat het bedrag is van het forfaitaire rendement dat voortvloeit uit toepassing van de Herstelwet. Het verwijzingshof zal dit bedrag alsnog moeten vaststellen. Daarbij dient het ervan uit te gaan dat een aandeel in het reservefonds van een vereniging van eigenaren onder de in dit jaar (2018) geldende wettelijke regeling niet is aan te merken als banktegoed maar als overige bezitting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba85d271d166063080e60751719ca0921dbb59a4515de5ada21d8bfeb56a0e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba85d271d166063080e60751719ca0921dbb59a4515de5ada21d8bfeb56a0e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 48133 tot 49513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba85d271d166063080e60751719ca0921dbb59a4515de5ada21d8bfeb56a0e2a | shasum -a 256