Citaat | Hoge Raad 24 mei 2024
Onder 3.3 Hoge Raad 24 mei 2024
Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:746.
Aan de voorwaarde van artikel 2.2, lid 1, letter a, van de Wtl dat de werknemer in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de WW, wordt naar het oordeel van het Hof voldaan. Daaraan doet volgens het Hof niet af dat het recht van de werkgever op LKV niet voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst met de desbetreffende werknemer, maar uit een beschikking van de inspecteur waarbij dat recht is vastgesteld, zodat dit recht als zodanig niet valt binnen het bereik van artikel 7:663 BW. Evenmin doet daaraan af dat voor de Wtl onder werkgever wordt verstaan de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en dat als gevolg van de overgang van de onderneming op belanghebbende de inhoudingsplichtige (en daarmee de werkgever) is gewijzigd. Het een noch het ander maakt volgens het Hof dat van een ander (later) aanvangsmoment van de dienstbetrekking moet worden uitgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7ca7253957b0f782812c7008539880ff0407e305cb34892c87322261d2ca234. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7ca7253957b0f782812c7008539880ff0407e305cb34892c87322261d2ca234, en de alinea staat in dat document op bytes 10810 tot 11778.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7ca7253957b0f782812c7008539880ff0407e305cb34892c87322261d2ca234 | shasum -a 256