Citaat | Hoge Raad 24 mei 2024

Onder 3.4 Hoge Raad 24 mei 2024

Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:746.

Verder heeft het Hof geoordeeld over de toepassing van artikel 2.2, lid 1, letter d, van de Wtl, op grond waarvan is vereist dat de werknemer een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.3 van de Wtl aan de werkgever heeft verstrekt. Het Hof verwerpt het uitgangspunt van de Inspecteur dat de doelgroepverklaring in dit geval door een andere inhoudingsplichtige dan belanghebbende is aangevraagd en verkregen, en dat daarom geen sprake is van een geldige doelgroepverklaring. Het heeft daartoe overwogen dat artikel 2.3 van de Wtl bepaalt dat de doelgroepverklaring op diens verzoek wordt verstrekt aan de werknemer. De doelgroepverklaring is volgens het Hof niet beperkt in die zin dat deze – ook na overgang van een onderneming – alleen gelding zou hebben voor de oorspronkelijke werkgever/inhoudingsplichtige. Dat is niet anders als in de doelgroepverklaring de naam van die oorspronkelijke werkgever/inhoudingsplichtige zou zijn vermeld. Niet vereist is dat het UWV deze verklaring aan of op naam van de werkgever verstrekt. Aan voorwaarde d is daarom eveneens voldaan, aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7ca7253957b0f782812c7008539880ff0407e305cb34892c87322261d2ca234. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7ca7253957b0f782812c7008539880ff0407e305cb34892c87322261d2ca234, en de alinea staat in dat document op bytes 11857 tot 12974.