Citaat | Hoge Raad 5 september 2025

Onder 4.27. Hoge Raad 5 september 2025

Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1237.

Het hof neemt daarbij mede in overweging dat Rabobank bij het aangaan van de kredietovereenkomst geen kenbaar onderscheid heeft gemaakt tussen het ondernemingsvermogen van de maatschap enerzijds en de privévermogens van [de vader, de moeder en de zoon] anderzijds. Het financieringsvoorstel van 7 augustus 2014 is gericht tot [de vader en de moeder] en benoemt hen “zowel samen als ieder afzonderlijk” als debiteur en kredietnemer. Het financieringsvoorstel bevat onder andere de voorwaarden dat de geldlening wordt geadministreerd op naam van [de vader en de moeder], dat alle verbintenissen tot betaling van een geldsom hoofdelijke verbintenissen zijn, dat iedere debiteur op eerste verzoek de door de bank gewenste zekerheden moet (laten) vestigen, dat deze zekerheden gelden voor al hetgeen de debiteuren en [de zoon] aan de bank verschuldigd zijn en dat iedere debiteur alle bankzaken via de bank regelt. [verweerders] verstrekten als zekerheid een eerste hypotheek op al het onroerend goed – waaronder, naar het hof begrijpt, de woning –, waarbij de bestaande hypotheken werd[en] doorgehaald. De spaarpolis ad € 238.234, die was verbonden aan de privé-hypotheek en eindigde in mei 2018, was verpand aan de bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99a27304558eff42c113f5d201db9f9d26e0e93871e6667a8bd0ba78dda5a9ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99a27304558eff42c113f5d201db9f9d26e0e93871e6667a8bd0ba78dda5a9ab, en de alinea staat in dat document op bytes 20007 tot 21249.