Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2025
Onder 3.7.2 Hoge Raad 14 oktober 2025
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519.
In 3.6 is beschreven dat de rechter aan het openbaar ministerie en de verdediging de eis kan stellen dat zij toelichten welke (nieuwe) ontwikkeling ertoe heeft geleid dat zij een vordering of verzoek tot (nader) onderzoek doen terwijl zij a) dat uitdrukkelijk niet al deden op een eerder moment waarop hun die mogelijkheid werd geboden, dan wel b) zij niet reageerden op de uitdrukkelijke vraag of zij nog onderzoekswensen hadden. Die eis houdt verband met het belang van een goede, geordende en tijdige procesvoering, waaronder ook het door de wetgever onderstreepte belang van een goede regievoering . Het stellen van die eis is in overeenstemming met de onder 3.5 weergegeven “formal requirements and time-limits” van het Nederlandse strafprocesrecht, die niet alleen zien op een efficiënte procesvoering maar die ook de waarheidsvinding dienen (door getuigen zo tijdig mogelijk te horen) en waarborgen dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting voldoet aan de vereisten van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385, en de alinea staat in dat document op bytes 68088 tot 69269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385 | shasum -a 256