Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2025

Onder 3.9.6 Hoge Raad 14 oktober 2025

Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519.

Naar aanleiding van de conclusie van de advocaat-generaal onder 57 tot en met 76 merkt de Hoge Raad het volgende op. Het onder 3.4 tot en met 3.8 weergegeven kader komt erop neer dat naar Nederlands strafprocesrecht aan zware eisen moet zijn voldaan voordat de rechter een getuigenverzoek kan afwijzen op de grond waarvan in deze zaak sprake is, kort gezegd, dat het ‘ontijdig’ is gedaan. Het is niet aan twijfel onderhevig dat onder die omstandigheden ook wordt voldaan aan de eveneens zware eisen die het EHRM op grond van artikel 6 EVRM stelt aan het niet bieden van een ondervragingsgelegenheid in gevallen waarin de verdediging kenbaar heeft gemaakt niet van zo’n gelegenheid gebruik te willen maken. Daarbij is van belang dat de onder 3.6.1 omschreven gevolgen verwant kunnen zijn aan de gevolgen van een “waiver” – waarop de rechtspraak van het EHRM specifiek betrekking heeft – ook al zal de in het hiervoor genoemde kader beschreven proceshouding niet steeds kunnen worden aangemerkt als zo’n “waiver”. Daarom is het niet nodig om het EHRM om een “advisory opinion” te vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385, en de alinea staat in dat document op bytes 81021 tot 82143.