Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2025
Onder 3.2.4 Hoge Raad 14 oktober 2025
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519.
Het hof is zich ervan bewust dat de verklaring van de [getuige] , en de processen-verbaal van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 1] door de politierechter voor het bewijs zijn gebruikt. De verdediging is nog niet in de gelegenheid geweest deze getuigen te ondervragen. Zou de verdediging in enig eerder stadium - bij de politierechter of bij het hof - om het horen van deze getuigen hebben verzocht, dan zou dat verzoek voor toewijzing gereed hebben gelegen in het licht van de rechtspraak van de Hoge Raad. In die rechtspraak is invulling gegeven aan de eisen die op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) aan een eerlijk proces moeten worden gesteld, waar het gaat om het recht van de verdediging om belastende getuigen te kunnen ondervragen (vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576 en HR 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:765).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385, en de alinea staat in dat document op bytes 27000 tot 27911.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cd2ca7c3e02c7732a572041032af9998213d04c7c42496aa4fb9e0a5f292385 | shasum -a 256