Citaat | Hoge Raad 7 februari 2025
Onder 4.3 Hoge Raad 7 februari 2025
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:185.
Middel III is gericht tegen het hiervoor in 3.3.4 vermelde oordeel van het Hof, en slaagt ook. Middel V, dat is gericht tegen het hiervoor in 3.3.6 vermelde oordeel van het Hof, slaagt eveneens voor zover dit middel betrekking heeft op de vergoeding van proceskosten en het griffierecht in beroep. In geval van schending van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ dient in de regel een vergoeding van daarvoor in aanmerking komende proceskosten te worden toegekend, ook indien aan die schending met toepassing van artikel 6:22 Awb wordt voorbijgegaan. Dat is alleen anders indien bijzondere omstandigheden aan die vergoeding in de weg staan. Ook leidt een geslaagd beroep op een schending van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ tot vergoeding van het griffierecht, tenzij aan dat verzuim met toepassing van artikel 6:22 Awb voorbij wordt gegaan en zich bovendien bijzondere omstandigheden voordoen die aan een vergoeding van het griffierecht in de weg staan. De Hoge Raad verwijst hiervoor naar rechtsoverweging 4.5.3 van zijn arrest van 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:106 . De omstandigheid dat de belanghebbende zich over de waarde van de woning in de bezwaarfase al een gefundeerd oordeel heeft kunnen vormen en ook heeft gevormd, kan in dit verband niet als een bijzondere omstandigheid worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0246561b64bdbbd8e7459749aa2be5b7e46d61797e867b0078b060ad24428d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0246561b64bdbbd8e7459749aa2be5b7e46d61797e867b0078b060ad24428d, en de alinea staat in dat document op bytes 13380 tot 14732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef0246561b64bdbbd8e7459749aa2be5b7e46d61797e867b0078b060ad24428d | shasum -a 256