Citaat | Hoge Raad 7 maart 2025
Onder 3.2.5 Hoge Raad 7 maart 2025
Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:310.
Indien een belastingplichtige bij het doen van aangifte voor de bpm ervoor kiest om de handelsinkoopwaarde van een personenauto te bepalen met gebruikmaking van de taxatiemethode, rust, in het geval van gemotiveerde betwisting door de inspecteur, op de belastingplichtige de last de feiten aannemelijk te maken die meebrengen (a) dat de taxatiemethode in zijn geval mag worden toegepast, en (b) dat toepassing van de taxatiemethode leidt tot de door hem verdedigde waardedaling. Deze bewijslast(verdeling) heeft betrekking op alle bij vaststelling van de taxatiewaarde in aanmerking genomen gegevens. Deze bewijslast(verdeling) geldt niet alleen wanneer de belastingplichtige die heeft gekozen voor gebruikmaking van de taxatiemethode, rechtsmiddelen aanwendt tegen een door hem op aangifte voldaan bedrag aan bpm, maar ook indien hij rechtsmiddelen aanwendt tegen een hem opgelegde naheffingsaanslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc6bb2809d74eda4036621622ef450f3f997212e1626fe7b2debec85fef5dce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc6bb2809d74eda4036621622ef450f3f997212e1626fe7b2debec85fef5dce, en de alinea staat in dat document op bytes 19243 tot 20234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc6bb2809d74eda4036621622ef450f3f997212e1626fe7b2debec85fef5dce | shasum -a 256