Citaat | Hoge Raad 21 februari 2025
Onder 3.6.1 Hoge Raad 21 februari 2025
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319.
Ook de derde prejudiciële vraag heeft betrekking op de overweging in rov. 3.2.5, derde volzin, van het Deliveroo- arrest dat ook van belang kan zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt. Deze volzin bevat geen beperking tot omstandigheden die zich voordoen in de, door de te kwalificeren overeenkomst beheerste, verhouding tussen degene die de werkzaamheden verricht en de opdrachtgever/werkgever. Een beperking zoals in de derde prejudiciële vraag aangeduid als ‘visie 1’ verdraagt zich ook niet met het feit dat in rov. 3.2.5, tweede volzin, van het Deliveroo -arrest omstandigheden zijn genoemd die zich voordoen in de verhouding tussen degene die de werkzaamheden verricht en de opdrachtgever/werkgever en die al dan niet aanwijzingen kunnen vormen dat degene die de werkzaamheden verricht dat als ondernemer doet. Te denken valt bijvoorbeeld aan de omstandigheid of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d709245af14ee867bf4f8117dc77ed771176f5324b6b69becaa2060c469ddd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d709245af14ee867bf4f8117dc77ed771176f5324b6b69becaa2060c469ddd1, en de alinea staat in dat document op bytes 32027 tot 33383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d709245af14ee867bf4f8117dc77ed771176f5324b6b69becaa2060c469ddd1 | shasum -a 256