Citaat | Hoge Raad 21 februari 2025

Onder 3.3.4 Hoge Raad 21 februari 2025

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:321.

Deze uitleg stemt ook overeen met het doel van genoemde bepalingen. Volgens de wetsgeschiedenis stelt de door art. 1018c lid 1 Rv vereiste informatie de rechter in staat om te beoordelen of de vordering zich leent voor een collectieve actie en of de eiser voldoet aan de eisen voor ontvankelijkheid van art. 3:305a BW. Voor deze beoordeling, en ook voor de toetsing daarvan in hoger beroep of cassatie, volstaat dat de informatie in de dagvaarding in eerste aanleg is opgenomen. De aanwijzing van een exclusieve belangenbehartiger vindt plaats in eerste aanleg en daartegen staat geen rechtsmiddel open (art. 1018e lid 1 Rv); ook de hiervoor benodigde gegevens hoeven dus alleen in eerste aanleg te worden verstrekt. Verder is het doel van aantekening van de dagvaarding in het centraal register blijkens de toelichting onder meer om andere belangenorganisaties in staat te stellen te bepalen of zij zelf ook een collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis(sen) willen instellen, en om te waarborgen dat al deze collectieve vorderingen gecoördineerd worden afgewikkeld. Dit is in hoger beroep of cassatie niet langer aan de orde omdat na het verstrijken van de (al dan niet verlengde) termijn van art. 1018d lid 1 Rv geen mogelijkheid meer bestaat voor nieuwe belangenorganisaties om een eigen collectieve vordering in te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b046b341520c6229e2e468250580ce2fa04a501a2498ada6f1d2ecef779c223e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b046b341520c6229e2e468250580ce2fa04a501a2498ada6f1d2ecef779c223e, en de alinea staat in dat document op bytes 28563 tot 30041.