Citaat | Hoge Raad 21 maart 2025

Onder 4.2.6 Hoge Raad 21 maart 2025

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:414.

134 Voor de vaststelling van één enkele voortdurende inbreuk is het immers gebruikelijk om rekening te houden met de verschillende verbanden tussen de verschillende bestanddelen van de betrokken inbreuk. Zo kan een contact tussen ondernemingen dat, afzonderlijk beschouwd, op zich geen inbreuk op artikel 101, lid 1, VWEU vormt, niettemin relevant zijn om het bestaan van één enkele voortdurende inbreuk op deze bepaling aan te tonen, gelet op de context waarin dit contact heeft plaatsgevonden. In een dergelijke situatie maakt dit contact deel uit van de bundel indicaties waarop de Commissie zich rechtmatig mag baseren om het bestaan van één enkele voortdurende inbreuk op die bepaling aan te tonen (zie in die zin arrest van 26 januari 2017, Commissie/Keramag Keramische Werke e.a., C‑613/13 P, EU:C:2017:49, punt 52 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b, en de alinea staat in dat document op bytes 38971 tot 39852.