Citaat | Hoge Raad 21 maart 2025
Onder 4.3.3 Hoge Raad 21 maart 2025
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:414.
Een andere oplossing is dat het moment waarop de inbreuk wordt beëindigd doorslaggevend wordt geacht (in dit geval 18 januari 2011), of het moment waarop de inbreuk in een besluit van de Europese Commissie wordt vastgesteld (in dit geval 19 juli 2016 en 27 september 2018). In dat geval wordt het op de vorderingen van eisers in deze zaak toepasselijke recht bepaald door (art. 6 lid 3 van) Verordening Rome II, ook als het gaat om transacties voor 11 januari 2009. Voor deze oplossing pleit dat zij ruime toepassing geeft aan de uniforme regels van deze verordening, maar ertegen zou kunnen worden aangevoerd dat zij terugwerkende kracht aan de verordening geeft; dat zou op gespannen voet staan met eisen van voorspelbaarheid en rechtszekerheid, en met de hiervoor in 4.3.2 genoemde rechtspraak van het HvJEU.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b, en de alinea staat in dat document op bytes 47277 tot 48105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b | shasum -a 256