Citaat | Hoge Raad 21 maart 2025

Onder 4.6.1 Hoge Raad 21 maart 2025

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:414.

Met vraag (vii) wenst de rechtbank te vernemen welk criterium of welke aanknopingspunten moeten worden gehanteerd bij de toepassing van de marktregel van art. 6 lid 3, onder a, Verordening Rome II. Volgens deze bepaling wordt de niet-contractuele verbintenis die uit een beperking van de mededinging voortvloeit, beheerst door het recht van het land waarvan de markt beïnvloed wordt of waarschijnlijk beïnvloed wordt (zie hiervoor in 4.4.4). De vraag is, kort gezegd, hoe in een concreet geval het toepasselijk recht op een follow-on vordering moet worden bepaald indien de inbreuk op het kartelverbod meerdere landen bestrijkt (in het onderhavige geval de gehele EER). Verschillende oplossingen zijn mogelijk. De rechtbank noemt als mogelijkheden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb2b6f3f3887a11e3a5edbf91189b3f260917df9191a1fd888a698a88a4bcf0b, en de alinea staat in dat document op bytes 60032 tot 60830.