Citaat | Hoge Raad 4 april 2025

Onder 2.3 Hoge Raad 4 april 2025

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:511.

De echtgenote heeft (onder meer) gevorderd dat de kantonrechter de stichtingen veroordeelt om mee te werken aan de vestiging van het vruchtgebruik op de echtelijke woning en de inboedel op grond van art. 4:29 BW en op andere goederen van de nalatenschap op grond van art. 4:30 BW. De stichtingen hebben aangevoerd dat de kantonrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Onder verwijzing naar art. 93 e.v. Rv hebben zij zich op het standpunt gesteld dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vorderingen van de echtgenote een hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,--. De echtgenote heeft betoogd dat de kantonrechter op grond van art. 4:30 lid 6 BW bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Verder heeft zij verzocht om een spoorwissel in de zin van art. 69 Rv, op de grond dat de procedure ten onrechte met een dagvaarding is ingeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fbdd5ff7258405e21ecc72209b38938f2c450551f6b29340cb021b94240819f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fbdd5ff7258405e21ecc72209b38938f2c450551f6b29340cb021b94240819f, en de alinea staat in dat document op bytes 8037 tot 8918.