Citaat | Hoge Raad 4 april 2025

Onder 2.4 Hoge Raad 4 april 2025

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:511.

“5. De vorderingen van [de echtgenote] berusten op artikel 4:29 en 4:30 BW. Op grond van deze bepalingen zijn erfgenamen verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op de echtelijke woning en de inboedel ten behoeve van de echtgenoot van de erflater en – voor zover de echtgenoot van de erflater dit voor zijn verzorging verlangt – op de andere goederen uit de nalatenschap. [De echtgenote] vordert nakoming van deze wettelijke verplichting. Dit is in feite een vordering tot nakoming in de zin van artikel 3:296 BW. Uit de tekst van deze bepaling volgt dat een dergelijke procedure dient te worden ingeleid met een dagvaarding. Een spoorwissel in de zin van artikel 69 Rv, zoals [de echtgenote] verzoekt, is daarom niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fbdd5ff7258405e21ecc72209b38938f2c450551f6b29340cb021b94240819f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fbdd5ff7258405e21ecc72209b38938f2c450551f6b29340cb021b94240819f, en de alinea staat in dat document op bytes 9334 tot 10107.