Citaat | Hoge Raad 13 mei 2025

Onder 2.2.2 Hoge Raad 13 mei 2025

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:721.

Een NN-persoon rijdt op een tweewielig voertuig over de [a-straat] en parkeert zijn voertuig. Omstreeks 16:16 uur komt een persoon in donkere kleding het parkeerterrein van [B] oplopen. De NN-persoon loopt over het tweede rijpad naar de noordzijde van de parkeerplaats waar hij gedurende een korte periode rond blijft hangen. Dan op een gegeven moment, wanneer het ogenschijnlijk rustig is en er zich geen andere mensen in de nabijheid van de NN-persoon bevinden, loopt hij naar de BMW, gaat hij bij het rechterachterwiel op de grond liggen en verricht hij een handeling aan de onderzijde van de BMW. Vervolgens staat de NN-persoon na een seconde of vijf (5) weer op en loopt in een rechte lijn weer naar de uitgang van het parkeerterrein. Hij heeft een van zijn handschoenen uitgetrokken en het lijkt alsof hij een telefoon in zijn handen heeft en op het scherm daarvan tikt. De NN-persoon loopt richting de [a-straat] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b63c16f29e4fef4dd4cb698053ad2abe06bc6dce7e7f575b1377fa72c493fec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b63c16f29e4fef4dd4cb698053ad2abe06bc6dce7e7f575b1377fa72c493fec, en de alinea staat in dat document op bytes 9838 tot 10772.