Citaat | Hoge Raad 13 mei 2025

Onder 4.4.8 Hoge Raad 13 mei 2025

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:721.

Het hof hecht gelet op het voorgaande geen geloof aan de verklaring van [verdachte] dat hij op 6 en op 11 december 2019 slechts de opdracht had om het baken te verwijderen en dat hij de (vermeende) locatie van de BMW doorkreeg via de aan hem verstrekte ‘gebruikerstelefoon’. Hiertoe verwijst het hof naar hetgeen hiervoor is overwogen. Het hof betrekt hier verder bij dat [verdachte] zich vanaf zijn eerste inhoudelijke politieverhoor op 2 september 2020 op zaaksinhoudelijke vragen op zijn zwijgrecht heeft beroepen en eerst op 28 februari 2022, nadat hij kennis had kunnen nemen van het (hele) dossier, een inhoudelijke verklaring bij de politie heeft afgelegd. Hij heeft hierin een verklaring gegeven voor onderzoeksbevindingen waar hij niet omheen kon, zoals zijn aanwezigheid in de omgeving bij beide locaties van [B] op 6 december 2019 en de door hem verrichte handelingen onder de BMW, op 11 december 2019 (hij was immers al herkend van de beelden). Deze feiten en omstandigheden doen afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring. Hierbij merkt het hof nog op dat het ook zeer onaannemelijk is dat het plaatsen van het baken telkens door (een) ander(en) dan [verdachte] zou zijn gebeurd en dat [verdachte] via een ‘gebruikerstelefoon’ de locatie van de BMW zou moeten doorkrijgen, nu het immers veel meer voor de hand ligt dat een en ander in de hand van één persoon wordt gehouden. Kennelijk heeft [verdachte] in het feit dat op de beelden van 11 december 2019 is te zien dat hij na de handelingen onder de BMW een baken in zijn handen heeft, aanleiding gezien zijn uitgekiende verklaring af te leggen. Dat hij zijn rol welbewust heeft beperkt tot het weghalen van een baken op die dag (en op 6 december 2019) blijkt uit de volgende passage in het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank van 21 juni 2022: “Mijn advocaat vraagt mij of ik een onderscheid maak tussen het plakken of verwijderen van een baken. De betrokkenheid bij het strafbare feit van diegene die een baken plakt is groter dan de rol van diegene die een baken verwijdert. Ik ben van mening dat diegene die een baken plakt behulpzaam is bij het verschaffen van inlichtingen ten behoeve van het plegen van het geplande delict, terwijl diegene die het baken verwijdert slechts bewijsmateriaal vernietigt voor diegene die het risico loopt om te worden vervolgd voor het geplande delict. Diegene die een baken plakt is in geval van moord daadwerkelijk behulpzaam bij het volgen en spotten van het beoogde doelwit.” [verdachte] is verder niet ter terechtzitting van het hof verschenen om nadere vragen van het hof over zijn rol te beantwoorden. De verklaring van [verdachte] wordt, voor zover deze inhoudt dat hij op 6 december 2019 naar de BMW op zoek was om het baken te verwijderen en dat hij op 11 december 2019 slechts het baken heeft verwijderd, gelet op al het voorgaande als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b63c16f29e4fef4dd4cb698053ad2abe06bc6dce7e7f575b1377fa72c493fec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b63c16f29e4fef4dd4cb698053ad2abe06bc6dce7e7f575b1377fa72c493fec, en de alinea staat in dat document op bytes 29398 tot 32331.