Citaat | Hoge Raad 6 juni 2025
Onder 3.2.1 Hoge Raad 6 juni 2025
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:862.
De tweede en tevens laatste klacht is gericht tegen de hiervoor in de tweede alinea van 2.4.3 weergegeven oordelen van het Hof. De klacht voert aan dat geen rechtsregel belanghebbende verplicht om voor het instellen van incidenteel hoger beroep een apart geschrift – in dit geval los van het verweerschrift – op te stellen. Voor het recht op een proceskostenvergoeding mag het daarom evenmin verschil maken of het incidentele hoger beroep al of niet in dezelfde brief als het verweerschrift is vervat. Verder voert de klacht aan dat het feit dat een incidenteel hoger beroep slechts gegrond is vanwege de onjuiste toepassing van het tarief voor de proceskostenvergoeding niet eraan in de weg staat de belanghebbende een recht op vergoeding voor dat incidentele hoger beroep toe te kennen. Het Hof had wel de wegingsfactor kunnen aanpassen naar 0,5 (licht) of 0,25 (zeer licht), aldus de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3, en de alinea staat in dat document op bytes 14604 tot 15515.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3 | shasum -a 256