Citaat | Hoge Raad 6 juni 2025
Onder 3.2.2 Hoge Raad 6 juni 2025
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:862.
Ook deze klacht slaagt. De hiervoor in de tweede alinea van 2.4.3 weergegeven oordelen van het Hof geven blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voor een hogerberoepschrift wordt volgens punt 1 van onderdeel A1 van de Bijlage één punt toegekend. Voor toekenning op de voet van artikel 2, lid 1, letter a, van het Besluit van een vergoeding van kosten ter zake van rechtsbijstand voor het instellen van incidenteel hoger beroep, maakt het geen verschil of deze proceshandeling in een afzonderlijk geschrift is opgenomen dan wel in één geschrift in combinatie met het verweer tegen het door de andere procespartij ingestelde hoger beroep. Verder geldt dat voor het antwoord op de vraag of op grond van artikel 8:108, lid 1, Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:75 Awb en artikel 2, lid 1, letter a, van het Besluit, tot een veroordeling van het bestuursorgaan in de proceskosten wordt overgegaan, als regel bepalend is of het aangewende rechtsmiddel slaagt, ongeacht de gronden waarop de bestreden uitspraak geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. Daarvoor maakt het niet uit of de fout of vergissing van de rechtbank een kwestie betreft die voor degene die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, juridisch bezien eenvoudig is.Het voorgaande betekent dat een fout of vergissing van de rechtbank, zoals in dit geval het onjuist berekenen van de vergoeding van kosten ter zake van rechtsbijstand voor het beroep, die in hoger beroep leidt tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden uitspraak, aanleiding vormt voor een veroordeling van het betrokken bestuursorgaan in de proceskosten op de voet van artikel 8:75 Awb en artikel 2, lid 1, letter a, van het Besluit. Hetgeen hiervoor is overwogen, neemt niet weg dat de gronden die hebben geleid tot gehele of gedeeltelijke vernietiging bij toepassing van artikel 2, lid 1, letter a, van het Besluit en de Bijlage een rol kunnen spelen bij de beantwoording van de vraag welk gewicht aan de zaak moet worden toegekend voor elke fase van de procedure. Zoals in rechtsoverweging 3.3.4 van het arrest van de Hoge Raad van 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2293, is beslist, dient de beoordelende instantie zelfstandig – op grond van een eigen waardering – te beoordelen in welke gewichtscategorie een zaak valt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3, en de alinea staat in dat document op bytes 15580 tot 18036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3 | shasum -a 256