Citaat | Hoge Raad 6 juni 2025
Onder 5.3 Hoge Raad 6 juni 2025
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:862.
Aangezien het arrest van 17 januari 2025 is gewezen nadat belanghebbende beroep in cassatie had ingesteld, hoefde belanghebbende niet bedacht te zijn op de in de rechtsoverwegingen 3.5.1 en 3.5.2 van dat arrest geformuleerde regels. Daarom zal de Hoge Raad, die hier als feitenrechter optreedt, alvorens een beslissing te nemen over de omvang van de vergoeding van de kosten van de cassatieprocedure, belanghebbende in de gelegenheid stellen om nadere gegevens te verstrekken ter voldoening aan de op dit punt op belanghebbende rustende bewijslast. De Staatssecretaris zal daarna in de gelegenheid worden gesteld daarop schriftelijk te reageren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3, en de alinea staat in dat document op bytes 20901 tot 21560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/718dabcf3bdb5d4c301f943cf11f476383d1b01a5be8978ea10902035f1e6cb3 | shasum -a 256