Citaat | Hoge Raad 17 juli 2026

Onder 2.6.3 Hoge Raad 17 juli 2026

Een alinea uit Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1197.

In het tussenarrest is geoordeeld dat de rechtbank Amsterdam rechtsmacht heeft ten aanzien van vordering D en dat de collectieve actie wat betreft de vorderingen A, B en D voldoet aan de in artikel 3:305a (oud) BW gestelde ontvankelijkheidseisen. Gezien deze voorgaande beoordeling kunnen vonnissen I en II waartegen het hoger beroep is gericht niet geheel in stand blijven. Om praktische redenen zullen de vonnissen worden vernietigd en zal een nieuw dictum worden geformuleerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fdf30defe0a4a630a6c0f089b780a663020a8f44c97c545bf332446ea2f7a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fdf30defe0a4a630a6c0f089b780a663020a8f44c97c545bf332446ea2f7a3, en de alinea staat in dat document op bytes 20718 tot 21210.