Citaat | Hoge Raad 17 juli 2026

Onder 3.2.3 Hoge Raad 17 juli 2026

Een alinea uit Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1197.

Voor het aannemen van ‘eenzelfde situatie rechtens’ als bedoeld in de rechtspraak van het HvJEU over art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis is niet vereist dat op de vorderingen tegen de verschillende verweerders (vrijwel) hetzelfde materiële recht van toepassing is of dat deze vorderingen op dezelfde rechtsgrondslag berusten. Het hof heeft dit niet miskend. Het heeft overwogen dat niet aannemelijk is dat vordering E, die ertoe strekt groepsaansprakelijkheid zoals bedoeld in art. 6:166 BW vast te stellen, jegens de verschillende verweerders steeds wordt beheerst door Nederlands recht en dat het evenmin voldoende aannemelijk is dat de mogelijk toepasselijke rechtsstelsels een regeling kennen met eenzelfde inhoud en strekking of die tot eenzelfde resultaat leidt als art. 6:166 BW. Het hof heeft dus geoordeeld dat niet aannemelijk is dat de vorderingen worden beheerst door (in hoofdzaak) dezelfde of vergelijkbare materiële rechtsnormen. Door aldus te oordelen heeft het hof niet het vereiste van ‘eenzelfde situatie rechtens’ miskend. De hiervoor in 3.2.1 weergegeven klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fdf30defe0a4a630a6c0f089b780a663020a8f44c97c545bf332446ea2f7a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fdf30defe0a4a630a6c0f089b780a663020a8f44c97c545bf332446ea2f7a3, en de alinea staat in dat document op bytes 26529 tot 27789.