Citaat | Hoge Raad 6 februari 2026
Onder 3.1 Hoge Raad 6 februari 2026
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:201.
Aan haar incidentele verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring heeft Oceanco het volgende ten grondslag gelegd. De in cassatie bestreden beschikking is gewezen na de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Ingevolge het overgangsrecht bij deze wet blijft op een vóór 1 januari 2025 al lopende instantie het oude recht van toepassing en gaat na het einde van die instantie het nieuwe recht gelden. Dit brengt niet alleen mee dat in een volgende instantie de vordering of het verzoek inhoudelijk moet worden beoordeeld op basis van het nieuwe recht, maar ook dat de vraag of een rechtsmiddel kan worden ingesteld en zo ja, binnen welke termijn, wordt beheerst door het nieuwe recht, aldus Oceanco. In het nieuwe recht (art. 200 lid 1 Rv in verbinding met art. 426 lid 2 Rv) bedraagt de cassatietermijn tegen de beslissing op een verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens dat als voorlopige bewijsverrichting is gedaan, acht weken. [verzoekster] heeft haar cassatieberoep na het verstrijken van deze termijn, en daarmee te laat, ingesteld, aldus Oceanco.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999, en de alinea staat in dat document op bytes 9440 tot 10580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999 | shasum -a 256