Citaat | Hoge Raad 6 februari 2026

Onder 3.3 Hoge Raad 6 februari 2026

Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:201.

De regeling voor het verwezenlijken van het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens zoals ingevoerd door de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wijkt af van hetgeen gold vóór de inwerkingtreding van deze wet. Art. 194 Rv bepaalt onder welke voorwaarden recht bestaat op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens. Voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen (art. 196 lid 1 Rv). Een verzoek om een voorlopige bewijsverrichting kan gericht zijn op het verkrijgen van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens. In spoedeisende gevallen kan het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens bij wege van voorlopige bewijsverrichting, aan de voorzieningenrechter worden gedaan (art. 197 lid 1, laatste volzin, Rv). Tijdens een lopende procedure kan een partij op grond van art. 195 Rv en art. 195a Rv de rechter verzoeken om de wederpartij of een derde te bevelen inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens te verstrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999, en de alinea staat in dat document op bytes 11574 tot 12821.