Citaat | Hoge Raad 6 februari 2026
Onder 3.4 Hoge Raad 6 februari 2026
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:201.
Ook deze regeling wijkt in verschillende opzichten af van het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Ten eerste staat tegen de beslissing op het verzoek om andere voorlopige bewijsverrichtingen dan een verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens, geen hogere voorziening meer open, tenzij de rechter anders bepaalt. Ten tweede is de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel tegen de beslissing op een verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen verkort van drie maanden naar vier weken voor hoger beroep en – gelet op art. 426 lid 2 Rv – acht weken voor cassatieberoep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999, en de alinea staat in dat document op bytes 13617 tot 14289.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999 | shasum -a 256