Citaat | Hoge Raad 6 februari 2026
Onder 3.6 Hoge Raad 6 februari 2026
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:201.
De overgangsbepaling van art. XIIA van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is vrijwel gelijkluidend aan art. VII lid 1 van de Wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (hierna: de Wet van 6 december 2001). Zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.5-6.6, volgt uit laatstgenoemde overgangsbepaling dat na de inwerkingtreding van het herziene procesrecht per 1 januari 2002, in een op dat moment reeds lopende instantie het voordien geldende recht van toepassing bleef en dat na het instellen van een rechtsmiddel in de volgende instantie het nieuwe recht van toepassing werd. Art. XIIA van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht moet in dezelfde zin worden uitgelegd. Dit betekent dat indien na 1 januari 2025 een rechtsmiddel is ingesteld, in de daarmee ingeleide instantie het nieuwe recht van toepassing is. Hierbij verdient aantekening dat in geval van cassatieberoep dit beroep beoordeeld wordt aan de hand van het vóór 1 januari 2025 geldende recht, indien de in cassatie bestreden uitspraak is gedaan onder toepasselijkheid van dit oude recht, en dat in dat geval ook op de voortzetting van de instantie na een eventuele cassatie en verwijzing het oude recht van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999, en de alinea staat in dat document op bytes 16007 tot 17424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6ddf76859805e744147fad846bc8fd26f15038b61245dd6dc9c108b65387999 | shasum -a 256