Citaat | Hoge Raad 27 februari 2026

Onder 5.7 Hoge Raad 27 februari 2026

Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:297.

De vraag of bepaalde gegevens zijn gebruikt voor de vaststelling van de waarde van een woning, leent zich niet voor een categorisch antwoord dat voor alle gemeenten in Nederland en voor alle gevallen gelijkluidend is. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij het voor de rechter nodig kan zijn inzicht te hebben in de methode die in dat geval is gehanteerd voor de vaststelling van de waarde van woningen. Indien de heffingsambtenaar daartoe met het oog op een systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn als bedoeld in artikel 4, lid 1, letter a, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Uitvoeringsregeling), gebruikmaakt van een computerprogramma, kan het voor de rechter ook nodig zijn om inzicht te hebben in de werking van dat programma en de wijze waarop het in de praktijk wordt toegepast. Opmerking verdient dat oordelen over de gevolgde werkwijze bij de waardevaststelling in belangrijke mate een feitelijk karakter hebben, en daarom in cassatie slechts beperkt kunnen worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bbcee8b566a334d45085170a56f79b5c1606ad7ff45b74cd1655ca997c81829. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bbcee8b566a334d45085170a56f79b5c1606ad7ff45b74cd1655ca997c81829, en de alinea staat in dat document op bytes 21014 tot 22160.