Citaat | Hoge Raad 13 januari 2026
Onder 3.4.2 Hoge Raad 13 januari 2026
Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:33.
Tot de kring van personen die recht hebben op vergoeding van affectieschade behoort volgens artikel 6:107 lid 2, aanhef en onder g, en 6:108 lid 4, aanhef en onder g, BW ook de ‘andere persoon’ die in een zodanig nauwe persoonlijke relatie tot het slachtoffer staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat ook hij wordt aangemerkt als naaste die recht heeft op vergoeding van affectieschade. Bij die ‘andere persoon’ gaat het om een naaste, die niet al in die bepalingen onder a tot en met f is genoemd. Om op grond van deze – in de wetsgeschiedenis als ‘hardheidsclausule’ aangeduide – bepaling als rechthebbende te worden aangemerkt, moet door die naaste een hechte affectieve relatie worden aangetoond, waarbij als relevante factoren zijn genoemd de intensiteit, de aard en de duur van de relatie. In dat verband is als voorbeeld onder meer naar voren gebracht dat in het geval dat twee broers of zussen langdurig met elkaar samenleven en voor elkaar zorgen, zo’n nauwe persoonlijke betrekking kan bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab, en de alinea staat in dat document op bytes 39762 tot 40828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab | shasum -a 256