Citaat | Hoge Raad 13 januari 2026

Onder 3.2.2 Hoge Raad 13 januari 2026

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:33.

Er kan worden gesteld dat cliënte en [slachtoffer] een bijzondere broer en zus relatie hadden, zij scheelden qua leeftijd nog geen jaar, woonden samen, waren elkaars beste vrienden en spraken elkaar de hele dag door. Zij deden alle dagelijkse dingen samen, gingen samen op stap en [slachtoffer] kwam cliënte altijd van haar werk ophalen. Ook verdachte [medeverdachte] bevestigt dit in een van zijn verklaringen op pagina 2040 van het procesdossier, deze verklaring zal worden overgelegd als productie 2. [medeverdachte] zegt in deze verklaring dat [slachtoffer] en zijn zusje vier handen op een buik waren en dat zij altijd met elkaar waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab, en de alinea staat in dat document op bytes 11403 tot 12059.