Citaat | Hoge Raad 13 januari 2026

Onder 3.2.6 Hoge Raad 13 januari 2026

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:33.

In lid 4 van artikel 6:108 BW wordt een beperkte (limitatief opgesomde) kring van personen genoemd die voor vergoeding van affectieschade in aanmerking kunnen komen. Broers en zussen maken geen deel uit van deze limitatieve opsomming en komen dus volgens de wet niet voor affectieschade in aanmerking, tenzij zij ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staan, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij voor de toepassing van artikel 6:108 lid 3 BW als naasten worden aangemerkt (artikel 6:108 lid 4 onder g BW, de zogeheten hardheidsclausule). De benadeelde partij beroept zich op deze uitzonderingsbepaling. Voor het bewijs van het bestaan van zo’n nauwe persoonlijke betrekking moet een hechte affectieve relatie worden aangetoond, waarbij niet de formele, maar de feitelijke relatie beslissend is. Alle omstandigheden van het geval zijn van belang, waaronder de intensiteit, de aard en de duur van de relatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa87e9ea9e9f4848d039796e78f023ed34f54fd1a2c3c75021fc41bf3fb436ab, en de alinea staat in dat document op bytes 25256 tot 26260.